ADR hoofdstuk 1.3

Wanneer is ADR-bewustwording verplicht?

ADR 1.3 is van toepassing wanneer medewerkers werkzaamheden uitvoeren voor een partij die betrokken is bij het vervoer van gevaarlijke goederen. Denk aan verpakken, vullen, laden, lossen, verzenden, vervoeren of het maken van vervoersdocumenten.

De taak is belangrijker dan de functienaam

Een medewerker hoeft geen chauffeur te zijn. Ook een magazijnmedewerker, verkoper, planner, monteur of medewerker goederenontvangst kan verantwoordelijkheden hebben die onder het ADR vallen.

Wanneer moet de medewerker zijn opgeleid?

De opleiding moet zijn gevolgd voordat de medewerker zelfstandig ADR-gerelateerde taken uitvoert. Zolang de opleiding nog niet is afgerond, mogen die taken alleen onder direct toezicht van een opgeleid persoon worden uitgevoerd.

Waaruit bestaat de opleiding?

  • Algemene bewustmaking van de voorschriften.
  • Functiespecifieke kennis die aansluit op de eigen werkzaamheden.
  • Veiligheidsopleiding over risico’s, blootstelling en incidenten.

Wat moet de werkgever bewaren?

De werkgever bewaart een verslag van de opleiding en stelt dit op verzoek beschikbaar aan de medewerker of de bevoegde autoriteit. Bij een nieuwe dienstbetrekking moet het opleidingsverslag worden geverifieerd.

Controleer uw situatie

Primaire bron: ADR 2025, hoofdstuk 1.3. Bekijk de officiële ADR-bestanden bij UNECE.